new year 2018 Anco en Ewien | Hoopvol Afrika

Corona? God is niet in paniek!

Corona? God is niet in paniek!

Er komt zoveel Corona nieuws onze inbox binnen, dat het van tijd tot tijd overweldigend is. De bemoedigende titels springen er gelukkig uit, zoals: “In de hemel is geen paniek”. Die zin blijft hangen en daar houd ik me momenteel aan vast. Terwijl de wereld om ons heen lijkt in te storten, mogen wij putten uit de Hoop die ons staande houdt.

RACE TEGEN DE KLOK

De afgelopen weken kwamen ook wij in een soort spagaat te zitten en verkeken we ons op de snelheid waarmee de Corona situatie om zich heen greep. In rap tempo werden vergaande maatregelen ingesteld en dreigden het reizen van en naar Senegal stil te worden gelegd. Dit terwijl Anco zich voor werk in ML bevond en ik in Senegal was. De kans om elkaar weer samen te treffen leek met de dag kleiner te worden. Zou Anco Senegal nog op tijd binnen rijden – een volle dag reizen – voor de (lands)grenzen zich sloten?

Onze teamleider van Beersheba was ook op bezoek in ML en kreeg te horen dat zijn terugvlucht werd geannuleerd. Hij besloot daarom hals over kop een busreis te boeken, die hem hopelijk in 24 uur naar huis bracht. Anco besloot het toch gewoon met de auto over de weg te proberen. Maar de tijd drong. Ik kon alleen maar Psalm 91 over de reis uitspreken, in vertrouwen op een goede afloop.

GOD GEEFT EEN LEGE BUS

De bus kwam binnen een uur al langs de kant van de weg te staan. Geen echte verrassing, doordat busbedrijven niet (echt) aan onderhoud doen. Nadat de bus een vijfde keer in 24 uur langs de weg stil kwam te staan, besloten onze collega’s de stoute schoenen aan te doen en lopend verder te gaan, met bagage aan de hand. Na zo’n half uur lopen, al pratend met God, kwam er een auto voorbij met twee mannen die hen wel mee wilden nemen. Eenmaal onderweg kwamen ze – in een grotere stad – een lege bus tegen met eindbestemming Dakar. Ze overtuigenden de chauffeur ervan mee terug te gaan naar de gestrande bus om ook deze passagiers op te halen. Deze laatsten konden hun ogen niet geloven toen onze collega’s na een uur weer op het toneel verschenen, compleet met bus. Ze werden als helden onthaald. Gelukkig kon onze teamleider de ‘humor’ van zijn situatie blijven inzien en zocht hij actief met God naar creatieve oplossingen.

Terwijl Anco zich op een andere wijze naar huis ‘haastte’, probeerde ik de Nederlandse ambassade te bereiken. Indien mogelijk wilden we alsnog naar Nederland vliegen, omdat we hoopten daar meer tot Zegen te kunnen zijn voor de verschillende mensen / projecten. Er was echter één uitdaging: het Senegalese vliegruim dreigde dicht te gaan, voordat Anco in Senegal zou aankomen.

AlSNOG DE LUCHT IN?

Op wonderbaarlijke wijze kreeg ik toch zicht op een vlucht en bleef het onzeker of deze vlucht daadwerkelijk door zou gaan. Wij hadden er Vrede bij: konden we mee – een wonder … zo niet, dan had God een goede reden om ons in Senegal te houden. Anco kwam uiteindelijk eerder thuis dan onze teamleider die 24 uur eerder was vertrokken. Na enkele uren slaap, konden we ons weer reisklaar maken. In de wetenschap dat we wellicht diezelfde avond weer terug in M’Bour zouden zijn.

Parijs vliegveld zo goed als leeg
Het vliegveld in Parijs zo goed als leeg

We kwamen ruim vier uur voor onze vlucht op het Dakar vliegveld aan en de grote mensenmassa zag er strijdvaardig uit. Vele mensen probeerden alsnog ter plekke een ticket te bemachtigen. Namen werden van een lijst afgelezen. Alleen zij die genoemd werden, mochten het vliegveld binnen.

Anco dacht zijn naam te horen en worstelde zich naar voren met onze geprinte instapkaarten in zijn hand. Zijn naam stond op de lijst, eveneens die van een collega. Maar de mijne? Nee, die kon ze niet vinden. Of ‘mevrouw’ weer een paar passen naar achteren wilde zetten. Ook Anco bleef staan, maar dat werd niet gewaardeerd. Hij moest toch echt naar binnen, in de hoop dat mijn naam nog boven kwam drijven.

NIET IN EIGEN KRACHT

Nadat me opnieuw twee keer de toegang werd geweigerd, begonnen mensen achter me te dringen. Ik had Anco van tevoren al gezegd dat ik niet om mijn plek ging ‘knokken’, deze zelfs zou afstaan als ik een dringende nood zag. Terwijl ik rust over de situatie uitsprak, ging de tekst uit Zacharias door me heen: Niet door kracht, nog geweld, maar door mijn Geest zo zegt de Heer. In gedachten nog niet uitgesproken, pakte dezelfde dame mijn paspoort en instapkaart en vond mijn naam!

Eenmaal binnen, moest ik even bijkomen van de chaos en soms besmettelijke sfeer van angst. Mensen leken er alles voor over te hebben om een plekje op dit ene vliegtuig te bemachtigen. Later kregen we bericht dat Frankrijk nog meer vliegtuigen zou sturen om gestrande mensen op te halen.

Allemaal geannuleerde vluchten op Schiphol
Allemaal geannuleerde vluchten op Schiphol

VIRUS VAN ANGST

De slaap vatten op deze nachtvlucht bleek toch wel een uitdaging. De man naast me was verkouden en had een lopende neus … ‘gelukkig’ met mondkapje voor, al deed hij die vaker af dan me lief was. Eenmaal op Parijs, slaakte ik een zucht van opluchting. De vlieghallen lagen er verlaten en treurig bij. De normaal bruisende Duty free shops hadden nu hun luiken omlaag, en door het gaas zag je de (luxe) goederen in plastic gewikkeld. Over de intercom klonk de repeterende boodschap om voldoende afstand te houden. Alsof je onbedoeld onderdeel was van een slecht aflopende film. Reizen tijdens deze dagen had overigens ook zo z’n voordelen: in no time door de security check, geen rijen in het dames toilet en geen gedrang tijdens het inchecken.

Op Schiphol staarden we verbaasd naar de informatieborden, waarop het woordje ‘geannuleerd’ achter vrijwel elke vlucht verscheen. Ook andere passagiers – op doorreis – konden hun ogen niet geloven. Dit had niemand nog in zijn leven meegemaakt.

GOD IS ERBIJ

Deze bizarre reis zal me nog lang bij blijven en heeft me extra stil gezet bij de Hoop die onze dagelijkse drijfveer is. Indien ik God niet zou kennen, zou de angst me denk ik ook naar de keel hebben gegrepen. Het begrip komt meer tot leven dat we toch echt hemelburgers op doorreis zijn. Alle zekerheden vallen weg, behalve die ene: God is de regisseur van ons leven en Hij raakt nooit in paniek! Hij is een goede Vader en draagt ons op handen. Zelfs als we op dit moment nog geen uitweg zien.

Jezus maakt Lazarus weer levend
Jezus zei tegen haar: “Je broer zal opstaan uit de dood.” 24 Marta antwoordde: “Ik weet dat hij zal opstaan uit de dood, op de laatste dag, als alle doden weer opstaan.” 25 Jezus zei tegen haar: “IK BEN de opstanding en het leven. Iedereen die in Mij gelooft, zal leven, zelfs als hij al gestorven is. 26 En iedereen die leeft en in Mij gelooft, zal nooit meer sterven. Geloof je dat?” (Joh 11: 23-26 Basis Bijbel)

Laten we elkaar juist in deze tijd ‘opzoeken’ en bemoedigen. Op welke wijze ervaar jij Gods nabijheid in deze tijd?

Hoop aan de Horizon

Hoop aan de Horizon

Vanuit mijn ooghoeken zie ik één van de verplegers een jonge patiënt met rolstoel en al de gang door duwen … Dit alles onder luid gelach van de andere (wachtende) patiënten … De afstand is te groot om dit spontane moment op camera vast te kunnen leggen. Ik zie echter dat de betreffende patiënt richting de wc wordt geduwd en er zich dus nog een kans voordoet wanneer hij er weer vanaf komt. Met een knipoog naar verpleger en patiënt laat ik weten het dan graag ‘on camera’ te hebben.

En ja hoor – zodra ik de patiënt uit het wc hok zie komen, ren ik erop af. Ook de verpleger komt – breedlachend – vanuit de andere hoek van de kliniek aangelopen. Omstanders pauzeren wat ze doen en verschillende hoofden draaien zich om om een glimp op te vangen van wat er gaande is. Met een fistbump rolt de patiënt richting mijn lens; we kunnen elkaar nog net ontwijken :). Gelukkig is het nu wel op beeld vastgelegd.

Later kom ik te weten dat de betreffende jongeman al zo’n vier maanden in de Hoop Kliniek wordt behandeld. Wanneer dr. Y en zijn verplegers zijn wonden komt verzorgen, wordt de ernst van de situatie duidelijk. Zijn wonden zien er heftig uit en ik voel me soms in mijn hemd staan, wanneer ik een camera op zijn benen richt. Ik loop echter al een paar dagen met mijn camera rond, dus de mensen ‘kennen me’ en weten dat ik soms van de meest bizare situaties een plaatje schiet.

Toch laten de heftige ontmoetingen me soms niet koud. Eén jongeman wordt binnengebracht met een open botbreuk aan zijn onderbeen. Een ongeluk met hout heeft hem deze wond doen oplopen. Zijn familie heeft hem echter eerst zo’n twee weken naar de traditionele genezer gebracht, waardoor de wond is gaan stinken en ontsteken. Zijn geschreeuw en de stank doen me de behandelkamer ontvluchten. Dagen later kom ik dezelfde jongen weer tegen in de OK, waar ik gevraagd ben foto’s te maken. Ondanks alle goede zorgen van Hoop, kan zijn onderbeen niet worden gered. Heftig, zoals is af te lezen aan de gekwelde blik … (zie foto boven)

Het wordt nog een hele klus om uit de vele geschoten beelden een selectie te maken en tot een goed lopend ‘verhaal van Hoop’ te komen. Het is ook lastig om voldoende professionele afstand te bewaren en niet ‘te dik’ met mijn modellen te raken. We lopen tenslotte maar twee weken op de kliniek rond. Eén ding weet ik zeker: elke patiënt die bij Hoop binnenkomt, wordt met een dosis compassie en liefde behandelt. Hun slogan komt dagelijks in de kliniekgangen tot leven: “Wij behandelen, maar Jezus geneest”.

Het Corona virus heeft nog niet de kop opgestoken in Guinee, maar er grijpt wel een ander soort virus heel snel om zich heen. Het virus om boze geesten in je leven af te wenden en om hen te ‘plezieren’ door (dagelijks) prijzige offers te brengen. Soms met een (bijna) dodelijke afloop. De jongeman met de wond aan zijn been is daarvan een schrijnend voorbeeld. De kliniek is de laatste post waar men vaak aanklopt, terwijl dat de deur naar Leven is.

Met welk onzichtbaar virus raakt ons Leven besmet?

Kerst(onder)goed

Kerst(onder)goed

Rondlopend in Madagascar troffen we bovenstaand straatbeeld aan. Als fotograaf was mijn interesse direct gewekt, al is het ter plaatse moeilijk om onder woorden te brengen waarom. Wat trok me zo aan in dit toch wat bizarre straatbeeld?

Het moet wat gek op de lokale mensen zijn overgekomen, toen ik met camera in de aanslag de drukke straat overstak. Wat is er nu zo bijzonder aan het uitgestalde ondergoed zag je menigeen denken. Toch kon ik niet gewoon doorlopen en het beeld laten voor wat het was.

Het is vrij normaal om in Afrika spullen, dus ook ondergoed, op straat te verkopen. Hier werd echter mijn aandacht getrokken naar de combinatie van kunst kerstbomen en een keur aan korsetten. Een verhaal – als beeldmaker zijn we verhalenvertellers – vormde zich in mijn hoofd.

Welke echtgenoot in Madagascar zal zijn vrouw zoiets cadeau doen voor de Kerst? Niet veel, mijmerde ik hardop, omdat Mada nu eenmaal bekend staat als één van de armste landen in de wereld (pure tegenstelling). Plus het feit dat de man zoiets niet openlijk op straat koopt. Luxe in een arm land.

Overigens zag ik ook een vrouw niet zomaar een setje uitkiezen. Wat automatisch uitmondde in de vraag wat de omlooptijd van deze collectie is? Je ziet het: wat er niet allemaal door je hoofd heen kan gaan bij het maken van één foto ;).

Welk verhaal wil ik dan uiteindelijk met deze foto overbrengen? “Dat de realiteit soms vreemder kan zijn dan fictie”. En dat er altijd verhalen voor het oprapen liggen. Zolang we onze ogen en harten hiervoor open stellen. En niet te haastig door het alledaagse leven willen gaan.

Binnenkort hoop ik over dit onderwerp een workshop ‘Documentaire fotografie´ in Senegal te geven. Om de participanten aan te sporen op zoek te gaan naar de beelden die voor het oprapen liggen op straat. Met diepe en (soms wat) minder diepe betekenis.